terug naar vorige pagina

10 Suiker

Ik heb als suikerpatiënt 16 jaar tabletten gebruikt en moest toen gaan spuiten. Dat moet je leren. Elke dag kwamen er zusters om te kijken of ik het goed deed. De eerste week was het net of ik niet in mijn eigen huis was en was ik een beetje angstig en in de war. Ik ben onder controle en houd mijn suiker ook zelf in de gaten. Als de spiegel te laag is neem ik druivensuiker, anders kan ik een hypo krijgen. Ik weet meestal wel waar het van komt en wat ik moet doen. Ik moet rustig aan doen en uitkijken met eten. Ik heb ook in het Hofpoortziekenhuis gelegen omdat de suiker veel te hoog was door een ontsteking, dat was van 1 tot 15 maart 1999. Ik was nog nooit opgenomen geweest. Eerst moest ik naar opname, daarna haalde een gastvrouw me op en bracht me naar de afdeling waar nog een gesprek plaats vond. In kwam in kamer 302, daar maakte ik kennis met andere patiënten. Ik gaf ook een hand aan een jonge vrouw die ook voor het eerst in een ziekenhuis lag. Die vrouw was 30 jaar en is overleden. Dat vond ik heel erg, zo jong.

Ze namen bloed af en gingen urine onderzoeken. Er was ook een onderzoek van mijn longen, hart en buik. Ze vonden een ontsteking aan de urinewegen en bloedbaan. Ik kreeg een infuus voor de insuline en antibiotica. Toen had ik de pech dat het infuus losliet. Het valt ook niet mee met zo'n ijzeren stang naar de wc te gaan. Maar dat werd weer verholpen. Het is twee keer gebeurd. En steeds maar bloed afnemen. Eindelijk mocht het infuus eruit, dat was een opluchting. Toen op een nacht was ik opeens blij en ik verlangde naar huis. Wat ik gezien heb, weet ik niet. Wolken en iets van goud, maar ik dacht: het is mijn tijd nog niet. Ik ga verder. Ik waardeer de dokters, verpleegsters en broeders. Als het nodig is, ga ik rustig weer en laat alles over me heen komen.

Ik had een keer boodschappen gedaan en merkte al dat de suiker te laag was. Ik nam een paar druivensuikertabletjes en dacht nu ga ik de boodschappen opbergen. Dat was om ongeveer halftwaalf 's morgens. Ik leek wel een dronken vrouw. Ik liep tegen de stoel in de keuken op en tegen het lepelrek, ik kon niet remmen. Zo kwam ik op de grond terecht en daar lag moe. Om drie uur keek ik op mijn klokje en dacht: ik ben ver weg geweest, dat heb ik nog nooit gehad. Ik dacht nog waar is mijn kussen, toen kwam ik overeind. Ik was nog niet helemaal fit. Toevallig belde Marian en die merkte dat ik glibberig praatte. Ze waarschuwde haar schoonmoeder en die kwam direct. Mijn oog en wang waren opgezet en gekleurd. Ze waarschuwde de dokter. Ik had al die tijd niet gegeten en nam een paar sneetjes brood. Ik heb mijn suiker opgemeten, die was 3,3 erg laag. De dokter nam mijn bloeddruk op, die was goed 160 bij 85. Toen heb ik wat druivensuiker genomen en mocht van de dokter een sneetje brood met suiker. Dat smaakte wel. Dat was voor het eerst dat ik een hypo had. Het is gelukkig goed afgelopen. Ik voelde me al en paar dagen niet lekker. Volgens de dokter heeft dat al zitten pratten. Zo maakt een mens nog eens wat mee.

Ik hoop dat ik nog veel mag genieten van mijn kinderen en kleinkinderen en dat als er narigheid is, dat alles weer goed mag komen. Er zitten wel eens doornen aan de rozen, maar je moet vooruit blijven kijken en vertrouwen hebben. We gaan naar het jaar 2000, dat wil ik graag mee maken. Ik hoop dat de nieuwe eeuw een ander zicht op het leven geeft. Niet zo materialistisch en minder gejaagd. Mijn man zei altijd als je iedereen in de ogen kan kijken, nergens schuld hebt en af en toe iets nieuws kan kopen en gezond mag blijven, dan ben je toch gelukkig. Ik ben trots op mijn kinderen en wens hen een fijn leven en gezondheid. Ik hoop er nog een poos getuige van te zijn en dat mijn koppie goed blijft. Zolang het kaarsje niet uitgebrand is, gaan we door met ademhalen.



verder naar volgende pagina