terug naar vorige pagina


Vervolg Familiegeschiedenis van der Mark- Kool

Deel 4: De waarde van een (van der) Mark in Duitsland in de 2e Wereldoorlog. Aanpassing of Verzet

Papa werkt sinds zijn 14e jaar (1934) bij drukkerij en uitgeverij NV Neerlandia op de Kromme Nieuwe Gracht 66 in Utrecht. Daar leerde hij onze moeder kennen, die was daar van 13 mei 1935 tot en met 30 januari 1943 in dienst als nietster. Als de oorlog uitbreekt is hij er al 6 jaar in dienst. Weliswaar even onderbroken door militaire dienst. Hij was nog maar nauwelijks gelegerd in Alkmaar of de mobilisatie breekt uit, hij mocht weer naar huis en gewoon aan het werk bij Neerlandia. Hij was letterzetter. Waarom dan naar Duitsland in 1942? Hij is niet ondergedoken geweest voor zover we weten. Onderduikverhalen hebben we wel eens gehoord van broers en zwager maar niet van hem. Hij is vrolijk weggegaan. Zo dramatisch ziet het afscheid op het station er niet uit.

Gegeven het feit dat hij in 1959 zijn 25-jarig dienstjubileum vierde moet hij gedurende die Duitse periode in dienst zijn gebleven bij Neerlandia. Hij was ook niet de enige, ze gingen met zijn vieren: Papa, Volp, Jager en Peeters. Was dit een overeenkomst tussen Neerlandia en het Duitse bewind? Een zich aanpassen van de drukkerij om door te kunnen gaan. We hebben dit nog niet uit kunnen vinden. Neerlandia bestaat niet meer, is gefuseerd in 1967 met de Gelderlander die op haar beurt ook weer fuseerde in Audet. Gegevens van Neerlandia liggen in het Utrechtse Archief te wachten op archivering. Tot die tijd kunnen we er niet bij. Wel hebben we een dissertatie gevonden van de hand van de heren J.Brauer en J. Driever uit Nijmegen, die handelde over die problematiek. Echter alleen vanuit journalistiek perspectief. Aanpassing of verzet, dat was de kwestie.

Uit deze dissertatie overgenomen: 'Neerlandia was voor en in de oorlog uitgever van de Utrechtse Courant, Dagblad van Noord-Brabant en Zeeland en van de Limburger koerier. Neerlandia werd sterk centralistisch vanuit Utrecht geleid. Centraal in het beleid van de leiding van Neerlandia gedurende de bezetting stonden de voortzetting van de bladen en het behoud van het katholieke karakter. Typerend hiervoor is de uitlating van de Vink in 1944, dat jarenlang door de leiding alles in het werk is gesteld om het apparaat heelhuids door de oorlog te slepen. Om dit doel te bereiken moest de leiding herhaaldelijk concessies doen. Aan de ene kant was er het verbod van het Episcopaat om nog langer NSB-propaganda op te nemen op straffe van excommunicatie. Aan de andere kant de richtlijnen van het DVK dat met toezicht op de naleving van het Journalistenbesluit was belast.

In mei 1942 werd de president-commissaris mr. E. de Weijer naar gijzelaarskamp in St. Michielsgestel gebracht en er volgden er nog meer omdat er niet genoeg propaganda werd gemaakt. Pas in december 1941, bij het 10-jarig bestaan van de NSB, verschenen er voor het eerst propagandistische artikelen voor de NSB. De redevoeringen van Mussert stonden integraal, in opvallende druk, op de eerste pagina's van alle drie de bladen. Dit zou een jaarlijks terugkerend verschijnsel worden. In november 1943 benoemd de bezettende overheid de NSBer B. Poelstra tot bijzonder commissaris. Hij had vergaande bevoegdheden en als taak om er voor te zorgen dat de Neerlandia-dagbladen positiever zouden gaan schrijven over de nieuwe orde. In mei 1944 volgde zijn benoeming tot Verwalter.'

Het is ons gelukt nog contact te leggen met de heer Brauer. Jammer genoeg kon hij ons niet wijzer maken. Hij wist niet hoe het met het personeel gegaan was, dit was bij al hun interviews nooit aan de orde geweest. Nooit kwam mijn vaders Duitse tijd thuis ter sprake. De enige herinnering was een tegel uit Magdeburg die voor ons als een soort behang was, geen enkele aandacht aan besteed. Er waren een paar foto's met barakken en fabrieken in de oude schoenendoos en verder niets. Duits kon onze vader wel spreken, dat etaleerde hij zo nu en dan, ook een paar Poolse woordjes kwamen met een vakantie wel eens te pas. Toen ik (Ria) voor mijn werk met de trein naar Berlijn ging, nog voor de val van de muur, somde hij alle treinstations op maar had verder geen belangstelling.

Op zijn sterfbed in 1988 bleek dat de zaken toch wat anders lagen. Hij ijlde, zag overal soldaten, had medelijden met zijn kleinzoon die hij aanzag voor een dwangarbeider of misschien wel een krijgsgevange, en vol zorg en meelij zei: 'en zo jong nog!'. Toen wilden wij meer weten, maar die kans kregen we niet. Onze moeder was toen al 10 jaar dood. Het Magdeburgtegeltje werd wat beter beschouwd, en een metalen pinkring waarvan Marga wist dat ie uit Duitsland kwam, werd belangrijk.

Achter op de tegel stond geschreven: 'Magdeburg, 18/3 43 ter Herinnering aan uw Verjaardag aangeboden door de lotgenoten' en dan 3 handtekeningen. Het hele tegeltje kostte waarschijnlijk 4,50 mark. Volp, Jager en Peeters ,dat waren namen waar we wel eens van gehoord hadden maar het fijne niet van wisten. Dat waren dus die andere mannen op die stationfoto's. Waarvan acte, over tot de orde van de dag. Maar het bleef hangen.
In 1999 zijn wij samen op onderzoek uitgegaan. Roots proeven. Wat is Magdeburg, waar zou onze vader hebben gewerkt en gewoond en hoe was die stad nu? Dat hebben we gezien. Modern, grote straten, veel verkeer, maar toch net even daarbuiten; ouwe troep. We gingen gewapend met de foto's van de fabrieken en de barakken op zoek, zagen iets wat een beetje leek, maar waar was 'het'?

Het station dat was wel zeker een plek waar onze vader gelopen had, raar idee om daar ook te lopen. Het tegeltje van thuis bleek het stadswapen van Magdeburg, dus dat kwamen we ook overal tegen. Wij naar het archief met de vraag waar Karel van der Mark gewerkt kon hebben We lieten de foto's zien, maar ze konden er geen koek van bakken. Er waren zoveel mogelijkheden in Magdeburg. Zelf dachten we aan een metaalfabriek, vanwege dat ringetje aan Marga's vinger. De archivaris die ons hielp vond dat ze ons niet helemaal met lege handen naar huis kon laten gaan en gaf ons het boek 'Dann färbte sich der Himmel blutrot...'. Magdeburg is tegen de vlakte gegaan op 16 januari 1945. (Papa was er toen nog!) Het boek gebruikten we weer om te kijken of we daar onze foto's herkenden, maar ook dat ging niet op. Een boek van de wederopbouw van Magdeburg is waarschijnlijk niet zo gek op foto's van fabrieken waar dwangarbeiders zaten. We kregen ook een adres in Berlijn waar we naar tewerkgestelden konden informeren Het enige antwoord was '...dass wegen der bedeutenden Anzahl von Anträgen und wegen des Umfanges der zu sichtenden Unterlagen die Erledigung Ihrer Anfrage einen längeren Zeitraum beanspruchen wird. Nach Abschluss der Bearbeitung werden Sie unafgefordert vom Ergebnis in Kenntnis gesetzt. Es bedarf hierzu keiner Erinnerung'. Het was toen 25-11-1999. Tot op heden hebben we niets gehoord.

En dan, o wonder. Door een stom toeval, zien de heer en mevrouw van Daalen in een drukwerkje voor het huwelijk van ons nichtje de naam van der Mark en zij zeggen: 'Mijn vader heeft gewerkt met een van der Mark bij Neerlandia'. Wie is die vader??? Hiep, hiep, hoera. Het is ... Volp. Wij snel na de bruiloft contact gelegd. Wat blijkt? Zij weten wel van alles van de oorlog. Bij hun thuis werd er wel gesproken. Vader Volp hield een dagboek bij. Hij gebruikt daarvoor een propagandaboek van Hitler waarvoor je plaatjes kon verzamelen die op het goeie nummer moesten worden ingeplakt
Ze bezaten zelfs een brief van onze vader:
Ook de adressen waar ze tewerk waren gesteld en 'woonden' wist de familie van Daalen. Het was bij Junkers Flugzeug- und Motorwerke a.g., postadres Mittagstrasse 46, Het werkadres was Gemeinschaftslager Stube 58, Wasserkunststrasse, Magdeburg-Neustadt. Er was ook nog iets met Industriegelände, Stübe 45, Magdeburg-Ratensee. (Of dit laatste adres nu de woonplek was of dat ze overgeplaatst werden is niet helemaal duidelijk). Met die gegevens konden we gericht zoeken. 2002 weer naar Magdeburg.

We hebben de straat gezien waar de barakken moeten hebben gestaan, we hebben het adres gevonden waar de post naar toe moest. Een deel van de straat was nieuw een deel nog in de oude desolate staat. Maar de fabriek was opgeruimd, we konden het gebouw van de foto, waar we ook 2 jaar daarvoor al naar op zoek waren niet vinden. Magdeburg Ratensee en Magdeburg Neustadt ligt tegen elkaar aan. Allemaal industrieterrein, station Neustadt, spoorlijnen, wissels en grote ijzeren bruggen over al die sporen heen. Pas nu, bij het inplakken van de oude foto's, zien we boven de deur van de barak: F 58.

verder naar volgende pagina