
|
|
Gerard Reve
Gerard (Kornelis van het) Reve (1923-2006) was een romantisch decadent schrijver over God, Liefde en
de Dood. Hij debuteerde in 1946 met het verhaal 'De ondergang van de familie Boslowits' in het
tijdschrift Criterium. Op 1 november 1947 verscheen zijn eerste roman 'De Avonden'. Het boek beschrijft
de laatste tien dagen van 1946 in het leven van Frits van Egters.
In 1949 publiceerde hij 'Werther Nieland', een boek waarin de schrijver zijn communistische jeugd verwerkte.
In 1951 besloot een jury Reves inzending 'Melancholia' voor te dragen voor
bekroning met een reisbeurs. Aanvankelijk stemde het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap daarmee in,
maar de staatssecretaris kwam daarvan terug wegens een masturbatiescène in het verhaal.
Uit protest kondigde Reve aan voortaan in het engels te schrijven. Hij vestigde zich in Groot-Brittannië en werkte
onder meer als hulpverpleger in een neurologisch ziekenhuis in Londen.
In 1956 werd 'The acrobat and Other Stories' gepubliceerd (in 1963 door zijn ex-vrouw Hanny Michaelis vertaald als 'Vier wintervertellingen').
Gerard Reve was redacteur van het literaire blad Tirade en medewerker van Dialoog (tijdschrift voor homofilie en maatschappij).
Hij publiceerde in die bladen zeer persoonlijke, intieme reisbrieven. Een brief in Dialoog leidde tot vragen in het parlement en
een aanklacht wegens godslastering (het Ezelsproces). Hij beschreef hoe hij met God die als ezel op aarde terugkeert,
de liefde bedreef. In 1968 volgde een definitieve vrijspraak door de Hoge Raad.
In de brievenboeken 'Op Weg naar het Einde' (1963) en 'Nader tot U' (1966) kwam hij
uit voor zijn homoseksualiteit en etaleerde hij zijn religieuze visie.
Gerard Reve streed voor de vrijheid van de homoseksuele liefde.
Hij was een der eersten die openlijk uitkwam voor zijn homoseksualiteit.
'Waar was de Meedogenloze Jongen op dit ogenblik? Ik bleef staan. Opeens zag ik hem liggen, en dat was het wonderlijke:
in een kleine kaki tent, in de tuin van zijn paleis. Ik zag verder niemand. Eén van de helften van de voorhang van het
tentje was opgeslagen, en daardoor kwam het, dat ik hem duidelijk kon zien liggen, in zijn deken gerold, op het
grondzeiltje, en zonder matras. Er was een teer roerloos licht van een stormlampje, dat heel laag brandde. Eén van
zijn armen was bloot, en zijn hoofd was iets opzij gezakt, half weggegleden van de opgerolde trui die hem tot kussen diende.
Zijn wimpers waren neergeslagen en hij sliep, zijn mond iets geopend. Wat kon het betekenen, dat hij, de Meedogenloze
Jongen, nu zelf even weerloos was als iedere jongen die hij onderwierp en bezat?' (uit Nader tot U)
In 1966 trad hij toe tot de rooms-katholieke kerk.
In hetzelfde jaar trouwde hij met Willem Bruno van Albada (Teigetje).
De tv-uitzending van dit huwelijk was een spraakmakende show.
Reve kreeg in 1969 de PC Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre. Bij de uitreiking kuste hij minister Marga Klompé,
wat sommigen hem zeer kwalijk namen. De huldiging in de Vondelkerk in Amsterdam
werd rechtstreeks op televisie uitgezonden. De Zangeres Zonder Naam trad op bij deze plechtigheid.
LEVE ONZE MARINE
Per trein op weg naar huis, zoek ik vergetelheid in bier,
maar kan, wat komen moet, niet meer bezweren:
reeds na twee haltes stapt hij in, tenger matroos, met stoute
billen,
verlegen maar brutaal. Met oortjes. Donkerblond.
Wanneer ik ooit nog rijk word gaat hij elke dag
met mij de stad in om van mij te drinken wat hij wil:
'dit is mijn bloed'.
En elke mooie hoer die hij wil hebben wordt door mij betaald:
'dit is mijn lichaam'.
Ik zou zo graag erbij zijn, schat, maar niet als jij je schaamt:
dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,
verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,
aanbeden Dier, lief Broertje van me.
Gerard Reve (uit Verzamelde gedichten)
Ook in de jaren daarna verscheen hij graag op tv, niet zelden om te provoceren.
De publiciteit was goed voor de verkoop van zijn boeken ('een schrijver heeft een winkel').
In 1981 werd 'De vierde man' wegens de seksuele passages geweigerd als boekenweekgeschenk.
De verfilming door Paul Verhoeven in 1983 was een groot succes.
De blik uit zijn onbevreesde ogen onder het gul over zijn voorhoofd welvende, donkerblonde haar
scheen Speerman uit te dagen zich zijn lichaam naakt voor te stellen. Een enkel ogenblik waren de
kleren van de jongen als doorzichtig glas, en zag Speerman duidelijk diens stoutmoedig buiten zijn
lichaamsprofiel tredende, donkere geslacht.
(uit De stille vriend)
De humor van Reve is verbonden met een ernstig mededogen.
In de roman 'Bezorgde ouders' vertelt hij over katholieke dieren,
jongens en het Rijk Gods. Hugo Treger vindt een reusachtige teddybeer die op zijn rug op het deksel van een
vuilnisvat was nedergevlijd. 'Arm dier,' mompelde hij, want opeens overviel hem weder een deernis
met de gehele schepping, 'maar als er een jongen is die echt van jou houdt en die jou wil
verlossen, dan ben je vrij.' Het beest wordt meegesjouwd en naar een rustig schaduwrijk plekje in
een kapel gebracht.
'De waarheid van het dictum, volgens hetwelk elk dier na de paring bedroefd is, had ik bij al mijn daden
van ontucht als onaanvechtbaar ervaren, maar thans, terwijl ik, bovenop Otto liggend, zijn lichaam in de
liefdesgreep omstrengeld bleef houden, en mij, met mijn gehele jachthoorn nog steeds in zijn warme vossenhol
bevond, gevoelde ik niet de gewone afkeer, noch het verlangen mij zo spoedig mogelijk van de aanraking van
zijn huid en van zijn gezelschap, als van een bezoedeling, te ontdoen.' (uit Moeder en zoon)
'Een foto van hem bemachtigen door er gewoon om te vragen, hoe zoude dat
gewaardeerd worden?
Een mooie foto en liefst, als het kon, bij het voetballen, of met alleen een
nat zwembroekje aan tussen strandvogels.
Dus niet aan een tafel zittend voor een schaakbord met alleen zijn geklede
bovenlichaam zichtbaar,
want daar had ik niet veel aan,
al kon ik het ontbrekende gedeelte wel voor mijn geestesoog oproepen.'
(uit Het boek van violet en dood)
Bij zijn 75ste verjaardag werd Reve bevorderd tot Commandeur in de Orde van Oranje Nassau. In 2001 werd hem
de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren toegekend. Hij overleed op 8 april 2006 op 82-jarige leeftijd.
Gerard C Kool
Het hijgend hert
Gerard Reve publiceerde in 1998 een roman met die titel. Ik kocht ooit "Het hijgend hert en andere hoogstandjes, dierlijke passie en paring" van John Sparks, vertaald door Midas Dekkers. Hij beschrijft vreemde, enge, bizarre 'liefdes'-scenes bij onze animale vrienden. Herkauwers zoals herten, antilopen, schapen en runderen hebben penissen als een dunne pook, gemaakt van kraakbeen en altijd stijf. Met behulp van een aantal lussen in de schacht kunnen ze netjes tot gespannen S-vormige pakketjes onder de buik van het mannetje worden opgevouwen. Hierdoor staat een stier altijd klaar om zijn roede in een willig lijf te steken. Hij hoeft alleen de spier die de penis intrekt te ontspannen om zijn roede in een flits uit zijn schede in de vagina van een koe te laten schieten."
Hijgt het hert daarom zo? Volgens psalm 42:1 is het dier de jacht ontkomen. Bij mensen gaat het minder pijnlijk, denk je, maar de Dajaks (koppensnellers op Borneo) hadden ook een leuke techniek: ze boorden een gat door hun penis en staken er een palang door (een dwarsstuk versierd met bamboesplinters, stukjes metaal of glas) en gaven hun vrouwen een ongenadige beurt.
Er zijn zo'n dertig soorten herten, ondergebracht in verschillende families. De Kantjil (dwerghert, het slimme dier in veel dierfabels) komt voor in het werk van Jan Boon ofwel Tjalie Robinson ofwel Vincent Mahieu, die een tijd op Borneo woonde. Stonden die fabels vroeger niet in de Okki, de Taptoe, de Jippo of in Jeugdjuwelen en Winterboeken? Net als de verhalen van Anansi de Spin. Waterdwergherten bewonen de vochtige gebieden in West-Afrika. De grote kantjils leven in Borneo, Sumatra, Vietnam, de kleine kantjils bovendien op Java. De Gevlekte Kantjil komt voor in India en Sri-Lanka.
Volwassen kantjils wegen nog geen 10 kilo, een plaatje in mijn dierenencyclopedie toont een konijnachtig dier op dunne hoge poten. In het Engels worden deze beesten 'mouse deer' (muisherten) genoemd.
Gerard C Kool
|