|
|
dichtbij
de bus was overvol
dus moest ik staan
dichtbij een jongeman
een engel op aarde
een prille snor sierde
zijn bleek gelaat
mijn ogen gleden
over zijn lichaam
op en neer
dit was de hemel
dit was geluk
hij grijnsde en zei
mot je wat van me
ik moest niets meer
alleen de bus nog uit
de straten door
Wat gebeurt er?
ik spuug, kots, jeuk en krab,
zucht: och ik, arme ziel.
mijn zenuwen, darmen
mijn spieren, de krampen.
pijn in mijn rug, buik en
voeten, benen en hoofd!
ik roep, jammer en kreun,
snik: wat is er toch mis?
de huismijt, zij bijt mij
continu in mijn vel.
wie ben ik?
Ik ben:
a. actief pro
b. bipolair
c. clever
d. dom
e. empathisch
f. faalangstig positief
g. gezond plusminus
h. homo (sapiens)
i. introvert
j. ja, nou, je voelt wel: met mij kan je alle kanten uit!
naar Dorus (Tom Manders)
|