naar vorige pagina
Ware liefde (who is afraid)

Man door vriend overvallen (een krantenbericht)

Een 45-jarige man is maandagavond om kwart voor tien in zijn woning beroofd van zijn giromaatpas en pincode. De overvaller liet het slachtoffer gebonden achter in het huis. De dader kwam eerder op de avond aan de deur. Zij kenden elkaar van vroeger. Nadat de avond aanvankelijk plezierig verliep, trok de verdachte plotseling een pistool en bedreigde daarmee het slachtoffer. Vervolgens bond hij zijn 'oude vriend' vast en doorzocht de woning. Uiteindelijk ging hij er vandoor met de pas en de pincode. Het slachtoffer zag kans zich los te maken en reed geheel overstuur naar een kennis. Die waarschuwde de politie.



Je wordt oud en hoopt nog altijd op de ware liefde. Je zet advertenties: er komen reacties, maar elke ontmoeting eindigt in teleurstelling. Dan komt er een brief van een jongeman. Er is een foto bij: hij heeft een aardig figuur en een lekker koppie. Enige tijd later belt hij en maakt een afspraak. Je vindt hem meteen geweldig, zo mooi, dat haar, die lieve onschuldige oogjes. Bij het vrijen is hij hartstochtelijk. Ook bij volgende bezoeken maakt hij je gelukkig. Dan laat hij een tijd niets van zich horen.

Maanden later staat hij, onverwacht, glimlachend voor de deur. Je laat hem binnen, zenuwachtig en vrolijk: je "vriendje" is terug. Hij vertelt dat hij rare telefoontjes krijgt en graag zijn foto en brief terug wil. Natuurlijk geef je die terug. Hij vertrouwt je weer en doet aanhankelijk. Het is heerlijk opnieuw met hem te vrijen, al snel gaan jullie naar de slaapkamer. De kleren worden naast het bed gegooid.

Hij drukt zich teder en warm tegen zich aan, hijgt in je nek. Je geeft je volledig over aan dit lekkere dier. Je wilt alles voor hem doen en volgt gehoorzaam zijn instructies. Rustig lig je op je buik als je opeens de loop van een pistool op je hoofd voelt. Hij sist dat je je handen op je rug moet doen, bindt ze vast en trekt een sloop over je hoofd. Hij port met zijn wapen in je zij en vraagt naar je geld en bankpas. Hij vindt die spullen en dreigt gaatjes in je te schieten als je de pincode niet vertelt.

Dan duwt hij dingen in je mond, knevelt je hardhandig en maakt armen en benen steviger vast. Je hoort kasten en laden opengaan. Het wordt soms enkele minuten stil, dan staat hij weer bij je en stompt je en bedreigt je. Je hebt overal pijn en stikt bijna. Het duurt tergend lang voor hij vertrekt. Uren later word je gevonden, vernederd, beroofd van geld en illusies.

Olaf Korder



De arme ziel

Het ging al jaren niet zo goed met hem. Parkinson, dovig, halfblind. Hij is negentig. Hij vertelt over zijn leven. Hij hield van mannen, maar trouwde een vrouw. Zo ging dat vroeger. Na een paar jaar gingen ze uit klaar. Hij was homo, hij schaamde zich er niet langer voor. Zijn familie vond hem een viezerik, wilde niets meer met hem te maken hebben. Hij mocht niet meer naar hun kerk. Ze waren van die zwarte kousen, streng gelovig. Hij krijgt nooit bezoek. Zijn vrienden zijn allemaal dood.

Ik zocht hem eens per maand op. Hoe gaat het met u? Er is steeds van alles mis. Hij is weer gevallen, lag uren op de grond. Hij heeft in zijn bed geplast. Een vrouw doet de administratie voor hem. Hij vertrouwt haar niet. Hij raakt dingen kwijt. Waar is zijn bril? Wat wilde hij ook weer doen? Hij had zulke mooie theelepels. Echt van die dure van Boerenbont. Ze zijn weg. Gestolen door een bezoeker. Hij is geld kwijt. Uit zijn portemonnee gejat, zegt hij.

Toen kwam Corona. Twee weken ziekenhuis, daarna naar een verzorgingshuis. Ik bel hem elk weekend. Het bevalt hem daar helemaal niet. Er maakt niemand een praatje met hem. De hele dag zit hij in zijn rolstoel. Hij kan er niet mee rijden. De kracht ontbreekt. Hij knoeit bij het eten, zijn gebit zit niet goed. 's Avonds moet hij om acht uur naar bed. Pas om tien uur de volgende dag kleden ze hem aan. De verpleging hier is waardeloos, zegt hij. Wat doen die mensen nu eigenlijk voor hem? Hij kan steeds minder. Zijn armen doen pijn. De telefoon kan hij niet meer goed vasthouden. Hij is op weg naar het einde, oud en eenzaam. Misschien wordt hij wel honderd.

Olaf Korder


naar volgende pagina