terug naar vorige pagina

2 Mijn ouders

Bij mijn ouders thuis werden vaak spelletjes gedaan. Mijn vader deed graag schutjassen. Ik leerde dat op mijn dertiende en kaartte dan met mijn vader, mijn broer Wim en zijn vriend Harry van der Veer. Vandaar dat ik ook aardig kan klaverjassen. Wim was op een mondharmonicaclubje. Jo Scherreberg had de leiding. Soms was hun zaal bezet en dan zei mijn moeder: doe het maar in de woonkamer. Bij mijn ouders kon alles, als we de boel maar netjes achter lieten en na afloop opruimden. Dat was gezellig en dat neem je over. Opa Swikker woonde vroeger naast het huis van mijn ouders. We zagen hem veel. Mijn moeder had een beeldje van Anthonius in een hoek van de kamer en daar brandde meestal een lichtje voor. Mijn opa legde vaak zijn pruimpje op het consoletje. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen: gadverdamme, daar ligt het weer. Het was een leuke opa. Ik kon geen kwaad bij hem doen en kreeg vaak een pepermuntje van hem. Ik denk dat hij een beetje naamziek was. Ik heette naar zijn vrouw. Die oma heb ik helaas niet gekend. We gingen ook een keer een dagje naar tante Bet in Den Bosch met de rijkoets. Oom Kees had dan een paard- en wagen van Hooghiemstra.

Op Tweede Kerstdag was er feest bij de Bond Sint Jozef in de Adriaanstraat. Dan stond er een grote kerstboom met cadeautjes in de patronaatszaal. We kregen een sinaasappel, chocolademelk en een lekkere koek. Er werden kerstliederen gezongen en op het eind kregen we een cadeau. De ouders hadden een rustige dag en de kinderen veel plezier. Met Nieuwjaar hadden we oliebollen en appelflappen. En dan maar hopen op ijs en sneeuw om een sneeuwpop te maken. In de vastentijd voor Pasen spaarden we snoepjes die we doordeweeks kregen in een trommeltje op. Je mocht wel snoepen op zondag, want het was geen verplichting maar een versterving om te herinneren aan de lijdenstijd van Christus. Het vasten was van Aswoensdag tot Paaszaterdag 12 uur. Als de vastentijd was afgelopen kwam het snoep te voorschijn met de paaseieren en het krentenbrood en dan maar lekker eten. Met Pasen herdenken we de verrijzenis van Christus. Nadat ik zeven klassen had doorlopen, ging ik van school. Doorleren was er niet bij. Met mijn 13 jaar ging ik helpen bij mevrouw Aben in de Zandhofstraat in Utrecht. Ze wilde mij wel hele dagen hebben, maar dat wilde mijn moeder niet. Naderhand kwam ik in betrekking bij mevrouw van Dam in Tuindorp op de Broekemalaan. Als ik daar 's ochtends kwam, kreeg ik een kopje thee met een sneetje brood. Ik moest dan eerst koffie malen met een koffiemolen. We hadden het werk verdeeld over drie weken. Voor de kleine schoonmaak kreeg ik een rijksdaalder en voor de grote schoonmaak vijf gulden. Ze hadden twee dochters en twee zoons. Die dochters waren al getrouwd, daar ging ik elke week de ramen lappen voor een paar kwartjes. Dan moest ik op de fiets van de ene kant van de stad naar de andere. Ik poetste voor een dubbeltje meneers schoenen en dan zetten de zoons ze er bij. Nu zouden we niet meer zo gek zijn.

De familie van Dam is toen verhuisd naar de Lagerweide en daar moest ik hele dagen komen. Op woensdagmiddag had ik vrij. Toen ik een keer niet kon werken, omdat mijn moeder zware kou onder de leden had, werd ik ontslagen. Ik deed mijn schort nog voor, maar dat hoefde niet meer. Ik ging de achterdeur uit en door de voordeur kwam al een nieuwe hulp binnen. Daar had ik zo mijn best voor gedaan, maar mijn moeder ging voor. Toen was ik een tijdje thuis tot mijn moeder beter was. Later kwam ik via Martha, de vrouw van mijn broer Wim, bij mevrouw Roskam. Het was werk op drie ochtenden. Ik weet nog goed dat Adrie, hun eerste dochter, geboren werd. Meneer was zo zenuwachtig dat hij mij een tientje gaf om een flesje eau de cologne te halen. Ze kregen een tweede dochter, Ineke. Ik ging soms ook met hen mee naar Haarlem. Ze hadden daar familie en ik ging dan naar mijn zus Gien. Met mijn trouwen kreeg ik een lekkere kaas en een mooi tafelkleed. Een jaar later ben ik nog een keer geweest met mijn zoon Gerard, dat vonden ze erg leuk. Ik heb er met plezier gewerkt. Als je ouder wordt, komen de herinneringen boven. Ik voel me niet minder, omdat ik niet lang geleerd heb. Door de jaren word je vanzelf wijs. Ik hoop dat mijn koppie goed blijft, verder ga ik gewoon door met ademhalen en natuurlijk veel lachen.



verder naar volgende pagina