terug naar vorige pagina

3 jeugd

Mijn vader was ruim 40 jaar boekbinder bij Boekhoven in de Breestraat, daar stond de fabriek. Hij is nog geridderd ook. Mijn broer Kees was zetter. Hij was op de typografenschool op de Jutfaseweg, daarna werkte hij in Utrecht en later tot zijn pensioen bij de Spaarnestad. Helaas is het niet zo goed met de gezondheid van zijn vrouw Doortje. Mijn broer Wim is banket- en broodbakker geweest. Hij begon bij een bakkerij in de Voorstraat, dan bracht hij wel eens kleine gebakjes mee. Daarna was hij bij André de Laat op de Vismarkt en bij de broers Verhaar bij Amsing. Hij werkte ook voor zijn eigen. Zijn vrouw Martha stond altijd achter hem. Jammer dat zij zo jong gestorven is op 47-jarige leeftijd. Hij bleef met vijf kinderen zitten, maar heeft het gezin goed bij elkaar gehouden. Mijn broer Henk is behanger en stoffeerder geweest. Hij begon op de Gruttersdijk in Utrecht en ging daarna naar Binnenhuis in de Nobelstraat. Hij werkte ook bij het Werkspoor, waar wagons bekleed werden. Later verhuisde hij naar Alkmaar en kwam bij de meubelzaak Spruit. Nu geniet hij van zijn pensioen met zijn vrouw Sien.

Toen ik 17 was begon de oorlog. Op een nacht kwam er een vliegtuig met veel lawaai over ons huis. Iedereen uit onze straat stond midden in de nacht buiten. Dan leef je echt met elkaar mee, dan zijn buren zo belangrijk! Tijdens een gevecht tussen een Duits en een Engels vliegtuig werd een huis geraakt. De mensen konden gelukkig het huis uitkomen. In de Kapelstraat zijn er wel twee mensen dodelijk geraakt. Dat was heel triest. Toen begon de ellende. Mijn broers Wim en Henk werden gevorderd naar Zevenaar en Didam bij de Noordoostpolder. Mijn schoonzuster Martha en ik zijn hen een keer op de fiets gaan opzoeken. We hebben hen gezien en wilden ze de volgende dag weer zien, maar kwamen in het spergebied terecht. We schuilden in een leegstaand huis. 's Avonds kwamen er soldaten, die op doortocht waren. Ze haalden planken uit de kasten en verbrandden die voor warmte. De volgende dag zijn we door de Rijks-Duitser bevrijd en moesten we terug naar huis, In Woudenberg reed ik in het donker bijna in een kuil. We hebben toen maar bij iemand overnacht. Toen mijn ouders het de volgende dag allemaal hoorden, wilden ze niet meer dat we zo'n gevaarlijke tocht maakten. Mijn broers Wim en Henk zijn later naar huis gekomen.

Mijn jongste broer Kees zat ergens in Ede. Samen met een vriendin ben ik hem daar gaan opzoeken. Zij was de dochter van een politieagent, die Eindhoven heette. Mijn broer wilde niet mee naar huis, want hij had het goed van eten en drinken. Bij de bevrijding zat hij schuil in een lijkenhuisje. De oorlog heeft vijf jaar geduurd met al zijn narigheden en hongerlijden. Op 4 mei was het zo ver dat er een einde aankwam. Op mijn verjaardag, precies wat ik altijd gezegd heb. Toen heb ik op een brood van 30 gulden getrakteerd. Wat een geld!



verder naar volgende pagina