terug naar vorige pagina

4 Mijn man

Geleidelijk aan werd alles weer opgebouwd. Iedereen ging hard aan het werk. Het gewone leven begon weer. En toen kreeg ik verkering met Gerard. Hij was een bekende, want mijn zus Gien was toen al getrouwd met zijn broer Cor. Mijn man vertelde enkele dingen over zijn jeugd. Hij was eens aan het spelen op het Paardenveld. Hij liep achteruit tot dichtbij het water. 'Ik val toch niet in het water', zei hij, 'want ik heb een schapulier om'. Maar toen viel hij er toch in en toen moest zijn moeder weer wassen. Hij was soms ondeugend. Zijn tante Tinie vierde haar verloving bij de ouders van mijn man. De gebakjes stonden in de alkoof. Gerard had iets uitgehaald en zijn vader was erg nijdig op hem. Hij pakte hem beet en smeet hem zo in de alkoof boven op het gebak. Die gebakjes konden ze niet meer presenteren, dus werden er een paar cakes gekocht bij de banketbakker. De kinderen mochten de gebakjes opeten. 's Avonds moesten ze er wel om lachen. Mijn man kon als jongen hoog springen. Een keer sprong hij bij een bakkerszaak tegen de jalouzie op en die ging precies door de ruit. Hij liep hard weg, maar ze kregen hem te pakken. Hij moest de schade betalen. Hij ging klusjes doen om het geld te verdienen en hij mocht een week niet 's avonds buiten spelen. Hij werkte ook een tijd bij een kapper, ene De Hoogen op de Abstederdijk. Maar hij had er gauw genoeg van. 'Die netenkoppen, dat doe ik niet meer', zei hij. Hij heeft ook in een cafetaria gewerkt.

En nu nog even wat schrijven hoe het bij ons thuis ging. Vrijdags aten wij meestal vis dan kwam er bij ons een visvrouw aan de deur. Dan kocht moeder stokvis en dat aten wij dan met botersaus en aardappelen. Dan smulden wij. Ze kon heerlijk bokkum bakken en dan zei ze Gerard ik heb nog een lekker bokkumpje voor je. Gerard was toen mijn verloofde. En dan zei Gerard zo heeft ze mij verleid. Ja zo heeft ze mij aan de man geholpen. Geloven jullie het? Je moet toch wel bij elkaar passen. Zaterdags kwam ome Kees, de broer van mijn moeder. Dat vond hij leuk bij zijn zusje en haar kinderen. Vooral de meisjes, hij had zelf drie jongens. s Avonds werden wij een voor een in de teil gedaan en dan kregen we schone kleren aan. De jongens een hansop en de meisjes een nachtpon. En dan zaten wij allemaal aan tafel en dan deed vader een lekker stukje spek op de plank. Dan had hij eerst het mes scherp gemaakt op een slijpplank. en dan ging hij snijden. Dunne plakjes, dat vonden wij heerlijk. Op zaterdag mochten wij altijd opblijven en kregen wij limonade met wat lekkers erbij. Dan kwam een tante van moeder, tante Heintje. Na de koffie dronk vader een glaasje en tante lustte dat ook wel. Moeder nam een glaasje met suiker en een lekker reepje chocolade met hazelnoot. Als moeder pannenkoeken bakte, dan bakte ze grote met en zonder spek. Dat was heerlijk met stroop erop.

Mijn man heeft veel meegemaakt in de oorlog. Hij werd in Berlijn bevrijd door de Rus. Toen hij terug was in Nederland werkte hij eerst in de opruimingsdienst in Soesterberg, daarna was hij bewaker in Fort Honswijk bij Culemborg. Toen er nekkramp onder de gevangenen was, mocht hij twee weken niet naar huis. We schreven toen minnebrieven. Daarna is hij bij Inventum gekomen als lasser. Hij heeft hard moeten leren en veel cursussen gedaan. Op 7 april 1947 hebben we ons verloofd en anderhalf jaar later trouwden we. We hadden een ouderwetse bruiloft op 15 september 1948 tot 4 uur in de nacht met voordracht en dans. Mijn jongste broer was er niet bij, die miste ik erg. Mijn man was controleur lasser bij Inventum, daar is hij ruim 25 jaar geweest. Hij moest dikwijls overwerken. Op zijn 48e kreeg hij een hartinfarct en moest het rustiger aan gaan doen. Gezondheid gaat voor alles. Ik heb in het begin van mijn huwelijk een paar maanden een kantoor schoongehouden. Ik hield daarmee op toen ik in verwachting kwam. Als het nodig was heb ik nog wel hier en daar geholpen.

Cor, de broer van mijn man, was typograaf bij de Spaarnestad in Haarlem. Hij had thuis een drukkerij voor geboortekaartjes en ondertrouwkaarten. Zijn vrouw, mijn zus Gien, nam de telefoon aan voor meneer van Duin, want die had een stoffeerderij. Ze hebben altijd hard gewerkt voor hun kinderen: Corrie, Ria en Frans. Mijn zwager Karel was zetter bij Neerlandica. Hij heeft daar jaren gewerkt en dan is het sneu als er ontslagen vallen. Hij heeft daar veel verdriet van gehad. Later is hij in een magazijn terecht gekomen. Zijn vrouw Jannie, de oudste zus van mijn man, heeft ook gewerkt in haar trouwen: bij een mevrouw en later op de Beurs. Het is jammer dat ze te jong gestorven is, pas 57 jaar oud.

Tonnie, de andere zus van mijn man, werkte vroeger ook bij een mevrouw. Ze heeft ook altijd voor haar gezin klaar gestaan en was een fijne moeder. Ze was erg gastvrij en ik kon goed met haar opschieten. Ze is op haar 46e verjaardag gestorven. Haar man Sander had eerst een groentewijk en later een winkel in Utrecht, maar dat bracht te weinig op. Ze woonden toen naast ons in de Coornhertstraat. Hij werd mijnwerker in Limburg, maar moest eerst geopereerd worden aan spataderen. Ze verhuisden naar de Eikstraat in Hoensbroek. Hij werkte lang onder de grond. Later kreeg hij last van een stoflong.



verder naar volgende pagina