terug naar vorige pagina

6 Tonnie en Sander

In het benedenhuis in de Coornhertstraat vlak naast ons woonden mijn schoonzuster Tonnie en haar man Sander. Ze hadden vier dochters: Margreet, Tonnie, Janny en Els. Sander was groenteman, maar dat ging niet meer zo best. Zijn broer Joop werkte in de Emmamijn in Limburg en daarom ging Sander daar ook werken. Het was een hele omschakeling voor hem, eerst altijd in de buitenlucht en nu onder de grond. Hij moest eerst spataderen op zijn benen laten weghalen. Hij kwam in een gezellenhuis in de kost en kreeg een huis toegewezen in de Eikstraat in Hoensbroek. Het gezin verhuisde toen. Er werd nog een zoon geboren: Alex. Toen begon mijn schoonzuster met haar gezondheid te tobben. Ze is niet oud geworden, maar 46 jaar. Ze heeft nog wel enkele kleinkinderen meegemaakt. Sander heeft altijd hard gewerkt en kreeg problemen met een stoflong. Hij was nog in een kuuroord in Davos in Zwitserland, maar ja dat sigaretje kon hij niet missen.

We hadden in de Coornhertstraat kippen: drie witte en een bruine. Marian had die bruine kip. We woonden er gezellig, maar klein. Toen ik in verwachting was van mijn jongste zoon kregen we een ander huis. We kwamen in aanmerking voor een 5-kamerflat op Kanaleneiland. Vlak voordat we verhuisden naar de Spaaklaan, heeft Gerard Honkoop de kippen geslacht. We hadden ook een kanarie, die kregen we van Piet Hakkenes. Hij was de man van Ans Scheel, een stiefzuster van mijn man. Die kanarie hebben we lang gehad. Na zijn dood namen we een nieuwe, maar die was na een week dood. Toen hebben we een nachtegaal genomen. Als die uit zijn kooi was, kreeg je hem er moeilijk weer in. Hij heeft ook niet lang geleefd. In de winkel zeiden ze: heeft u misschien een gaslek? Mijn man heeft alles nagekeken, maar kon niets vinden. Misschien hadden die vogels al een ziekte bij zich. We hebben ook cavia's en hamsters gehad. 's Nachts maakten die veel herrie. Toen hebben we een pollepel in de kooi gezet, dan hoorde je het niet. Op een verjaardag van Marian was opeens een hamster weg, misschien was die naar buiten ontsnapt. Anton had een aquarium met mooie vissen en Margret had een witte muis. Het was een lief beestje, maar toen die dood was mocht moeder hem opruimen.



verder naar volgende pagina